12/12/2024

“3 minuten !” – Ja, maar waarom “3 minuten”?

Naar schatting staakt een inbreker zijn inbraakpoging na gemiddeld 3 minuten. Het is dus belangrijk om de poging tot het inbreken van een woning of gebouw zoveel mogelijk te vertragen. Tot zover het principe... maar waarom “3 minuten”? Deze vraag werd aan ANPI gesteld door een van haar leden...

Als de inbreker er niet in slaagt om binnen de 3 minuten uw huis binnen te dringen, geeft hij het meestal op. Dit betekent dus dat elke kwaadwillende persoon ontmoedigd moet worden totdat hij opgeeft.

- “Wist u dat 95% van de inbrekers hun inbraakpoging opgeven binnen de 3 minuten?”

- “Het blijkt dat als ze niet binnen kunnen komen, veel inbrekers hun inbraakpoging opgeven na gemiddeld 3 minuten.”

- “Uit een studie is gebleken dat een inbreker na gemiddeld 3 minuten zijn aanval opgeeft.”

- “Een onderzoek heeft aangetoond dat een inbreker zijn poging na gemiddeld 3 minuten staakt.”

Dit is de boodschap die wordt uitgedragen door talrijke websites, promotieliteratuur of preventiecampagnes van officiële instanties, installateurs, politiezones of verzekeraars, zowel in België als in het buitenland (Fig. 1).

Dit principe van “3 minuten” lijkt dus universeel aanvaard te zijn... Maar waar komt het vandaan? Wat zijn deze “studies” en “onderzoeken” die worden aangehaald als onweerlegbaar argument?

Zoektocht…

Een snelle zoektocht op internet naar de oorsprong van de stelling “3 minuten” leert ons dat:

- het geciteerde percentage varieert tussen 80 en 95%;

- de duur van de poging ook varieert van 3 tot 5 minuten;

- de zin telkens wordt gebruikt als een autoriteitsargument;

- er echter nooit een bron wordt vermeld, zelfs niet door referentiesites (zoals BENOR of A2P).

We zouden ons ook kunnen afvragen waarom de “3 minuten” gedefinieerd werden voor de bepaling van RC-klassen in EN-normen, inclusief de normen waarop de certificering van gevelelementen voor hun inbraakwerendheid gebaseerd is.

Maar dit zegt ons nog steeds niets over de oorsprong van “3 minuten”...

Uit verder onderzoek blijkt de referentie veel ouder te zijn dan de EN-normen: intensief speurwerk leidde ons tot een vrij nauwkeurig citaat in een artikel in het Amerikaanse tijdschrift Journal of Criminal Justice uit 1993 (Fig. 2), waarvan de bibliografie ons op een heel duidelijk spoor brengt: het blijkt om een studie te gaan die in 1974 gepubliceerd werd door een zekere T. Reppetto. Het enige wat we hoefden te doen was een exemplaar van de studie in handen te krijgen…

…tot aan de bron

In zijn boek “Residential Crime”, heeft Thomas Reppetto, voormalig hoofd van de politie van Chicago, een diepgaand statistisch onderzoek uitgevoerd naar gevallen van woningdiefstal en inbraak in het grootstedelijk gebied van Boston. Naast een literatuuronderzoek over de problematiek van woninginbraken en de analyse van 2.500 lokale gevallen, nam Reppetto een interview af met een honderdtal daders over hun modus operandi tijdens hun misdrijven. Aan de hand van de verzamelde gegevens kon hij onder andere het volgende vaststellen: “ De ondervraagden schatten de benodigde toegangstijd op vijf minuten voor een deur en drie minuten voor een raam en gaven aan niet meer dan maximaal tien minuten te besteden aan een deur en vijf minuten aan een raam (waar ze zich meestal meer blootgesteld voelden).”3

Dit lijkt dus de waarschijnlijke oorsprong te zijn van deze “3 minuten”: een referentie van een halve eeuw oud!

Zijn er andere bronnen die deze vaststelling zouden bevestigen? We zouden hier graag meer over vernemen…

Christopher BOON

www.anpi.be

  1. Andrew J. Buck and Simon Hakim; Burglar Alarms and The Choice Behavior of Burglars: A Suburban Phenomenon, in: Journal of Criminal Justice Vol, 21, pp. 497-507 (1993) – Bron: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/004723529390034K

(2) Thomas A. Reppetto, Residential Crime – Ballinger Publishing Company, Cambridge Mass., 1974.

(3) Eigen vertaling van: “Interviewees estimated the entry time required at five minutes for a door and three minutes for a window, and indicated that they would not spend more than a maximum of ten minutes on a door, and five minutes on a window (where they usually felt more exposed).”

“3 minuten !” – Ja, maar waarom “3 minuten”?

Naar schatting staakt een inbreker zijn inbraakpoging na gemiddeld 3 minuten. Het is dus belangrijk om de poging tot het inbreken van een woning of gebouw zoveel mogelijk te vertragen. Tot zover het principe... maar waarom “3 minuten”? Deze vraag werd aan ANPI gesteld door een van haar leden...

Als de inbreker er niet in slaagt om binnen de 3 minuten uw huis binnen te dringen, geeft hij het meestal op. Dit betekent dus dat elke kwaadwillende persoon ontmoedigd moet worden totdat hij opgeeft.

- “Wist u dat 95% van de inbrekers hun inbraakpoging opgeven binnen de 3 minuten?”

- “Het blijkt dat als ze niet binnen kunnen komen, veel inbrekers hun inbraakpoging opgeven na gemiddeld 3 minuten.”

- “Uit een studie is gebleken dat een inbreker na gemiddeld 3 minuten zijn aanval opgeeft.”

- “Een onderzoek heeft aangetoond dat een inbreker zijn poging na gemiddeld 3 minuten staakt.”

Dit is de boodschap die wordt uitgedragen door talrijke websites, promotieliteratuur of preventiecampagnes van officiële instanties, installateurs, politiezones of verzekeraars, zowel in België als in het buitenland (Fig. 1).

Dit principe van “3 minuten” lijkt dus universeel aanvaard te zijn... Maar waar komt het vandaan? Wat zijn deze “studies” en “onderzoeken” die worden aangehaald als onweerlegbaar argument?

Zoektocht…

Een snelle zoektocht op internet naar de oorsprong van de stelling “3 minuten” leert ons dat:

- het geciteerde percentage varieert tussen 80 en 95%;

- de duur van de poging ook varieert van 3 tot 5 minuten;

- de zin telkens wordt gebruikt als een autoriteitsargument;

- er echter nooit een bron wordt vermeld, zelfs niet door referentiesites (zoals BENOR of A2P).

We zouden ons ook kunnen afvragen waarom de “3 minuten” gedefinieerd werden voor de bepaling van RC-klassen in EN-normen, inclusief de normen waarop de certificering van gevelelementen voor hun inbraakwerendheid gebaseerd is.

Maar dit zegt ons nog steeds niets over de oorsprong van “3 minuten”...

Uit verder onderzoek blijkt de referentie veel ouder te zijn dan de EN-normen: intensief speurwerk leidde ons tot een vrij nauwkeurig citaat in een artikel in het Amerikaanse tijdschrift Journal of Criminal Justice uit 1993 (Fig. 2), waarvan de bibliografie ons op een heel duidelijk spoor brengt: het blijkt om een studie te gaan die in 1974 gepubliceerd werd door een zekere T. Reppetto. Het enige wat we hoefden te doen was een exemplaar van de studie in handen te krijgen…

…tot aan de bron

In zijn boek “Residential Crime”, heeft Thomas Reppetto, voormalig hoofd van de politie van Chicago, een diepgaand statistisch onderzoek uitgevoerd naar gevallen van woningdiefstal en inbraak in het grootstedelijk gebied van Boston. Naast een literatuuronderzoek over de problematiek van woninginbraken en de analyse van 2.500 lokale gevallen, nam Reppetto een interview af met een honderdtal daders over hun modus operandi tijdens hun misdrijven. Aan de hand van de verzamelde gegevens kon hij onder andere het volgende vaststellen: “ De ondervraagden schatten de benodigde toegangstijd op vijf minuten voor een deur en drie minuten voor een raam en gaven aan niet meer dan maximaal tien minuten te besteden aan een deur en vijf minuten aan een raam (waar ze zich meestal meer blootgesteld voelden).”3

Dit lijkt dus de waarschijnlijke oorsprong te zijn van deze “3 minuten”: een referentie van een halve eeuw oud!

Zijn er andere bronnen die deze vaststelling zouden bevestigen? We zouden hier graag meer over vernemen…

Christopher BOON

www.anpi.be

  1. Andrew J. Buck and Simon Hakim; Burglar Alarms and The Choice Behavior of Burglars: A Suburban Phenomenon, in: Journal of Criminal Justice Vol, 21, pp. 497-507 (1993) – Bron: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/004723529390034K

(2) Thomas A. Reppetto, Residential Crime – Ballinger Publishing Company, Cambridge Mass., 1974.

(3) Eigen vertaling van: “Interviewees estimated the entry time required at five minutes for a door and three minutes for a window, and indicated that they would not spend more than a maximum of ten minutes on a door, and five minutes on a window (where they usually felt more exposed).”