Meer data, minder valse alarmen
Meer data, minder valse alarmen
UGent en ACA pleiten voor verdere doordachte digitalisering
Enkele bevindingen uit een recente UGent-studie tonen aan dat er ruimte is tot verbetering in de informatie-uitwisseling tussen alarmcentrales en politiediensten. “Een verdere optimalisatie van de samenwerking, onder meer via een doordachte digitalisering, kan de hele keten verder versterken. Zowel voor beleidsmakers als politie/hulpdiensten liggen hier duidelijke opportuniteiten”, geven onderzoeker Amandine Vanscheewijck (UGent) en Pieter Debersaques (voorzitter van de federatie van alarmcentrales ACA) aan.
Door Bart Vancauwenberghe
Amandine Vanscheeuwijck is criminologe aan de Universiteit Gent en doctoraatsstudent bij het IRCP. Het onderzoek dat ze samen met Elias Van der Hoeven, Pieter Leloup en Marc Cools naar de werking van alarmcentrales en de samenwerking met de politie voerde, is het eerste in zijn soort in België. Het resultaat is een diepgaande analyse met tal van aanbevelingen om de publieke-private samenwerking verder te optimaliseren.
Valse alarmmeldingen kunnen veel oorzaken hebben, gaande van onprofessioneel geïnstalleerde systemen (zoals doe-het-zelf systemen) over foutieve manipulaties door de gebruikers tot misverstanden in de opvolging van alarmmeldingen. Eén ding staat vast: een grondige en nauwkeurige verificatie van alarmmeldingen is essentieel om de integriteit en kwaliteit van de volledige beveiligingketen te kunnen waarborgen. Dit voorkomt dat onjuiste meldingen leiden tot verkeerde acties.
Weinig straffen
Volgens de wetgeving moeten melders van valse alarmen een sanctie krijgen. “Kleine politiezones passen dit amper toe, vanuit de overtuiging dat je mensen moeilijk kunt straffen omdat ze de melding doen uit vrees voor hun veiligheid op dat moment. Ook heel wat grote politiezones stellen hier geen proces-verbaal voor op”, citeert Amandine uit haar onderzoek.
Daardoor is er weinig informatie over het aantal ‘echte’ valse alarmen, wat het moeilijk maakt om processen correct te evalueren. “Alarmcentrales krijgen inderdaad geen feedback terug over de ‘echtheid’ van de door hen doorgegeven alarmmeldingen”, pikt Pieter Debersaques in. “Sowieso vormen zij al een enorme filter voor het aantal alarmmeldingen: van de 4,4 miljoen (ACA-cijfers uit 2023) ontvangen inbraakmeldingen op jaarbasis, geven zij er na grondige verificatie minder dan 1% (40.000) door aan de politie. Het zou daarom erg handig zijn mocht via digitale weg uitwisseling van geverifieerde alarmen kunnen gebeuren, zodat zowel alarmcentrales als politiediensten hun diensten efficiënter kunnen organiseren op basis van doorgedreven analyse van de uitgewisselde info.”
“Nieuwe technologieën kunnen de huidige wettelijke verificatiemethoden efficiënter maken.”
Verificatie
Het onderzoek analyseerde 96 processen-verbaal (pv). “Daaruit blijkt dat 86,5% van de meldingen via een alarmcentrale gebeurde. Amper 18,7% van de pv’s vermeldt op welke manier een melding werd geverifieerd. In bijna de helft van de gevallen blijft het zelfs volledig onduidelijk waarom het alarm afging.
“Dat komt deels omdat de politie niet zo goed vertrouwd is met de verificatiemethoden én met de verplichting om die in een pv op te nemen. Het gebrek aan transparantie belemmert niet alleen de werking van de politie, maar ook de kwaliteitsbewaking bij de alarmcentrales zelf. De huidige Ministerieel Besluit (MB) 2010-verificatiecodes moeten daarom eenvoudiger en duidelijker. Nu zorgen ze voor verwarring en worden mede daardoor te weinig ingevuld door de politiediensten”, aldus Amandine Vanscheeuwijck.
De oplossing ligt volgens haar en Pieter Debersaques onder meer in digitale uitwisseling. “Een goed voorbeeld hiervan is FOCUS, een app ontwikkeld door de lokale politiezone Antwerpen. Die tool bundelt verschillende databronnen en maakt die mobiel toegankelijk voor patrouilles. Agenten kunnen via FOCUS sneller en nauwkeuriger informatie verwerken én hun administratieve taken op het terrein afhandelen. Het is de bedoeling om FOCUS over alle lokale politiezones uit te rollen, zodat altijd de dichtstbijzijnde patrouille een alarmmelding kan opvolgen.”
Pieter Debersaques breekt een lans om ook alarmcentrales unilateraal toegang tot deze toepassing te geven wanneer deze nationaal zou worden uitgerold. “Als alarmcentrales geverifieerde meldingen aan FOCUS zouden kunnen bezorgen, sla je drie vliegen in één klap: je lost potentiële misverstanden die ontstaan door telefonische communicatie tussen CIC’s (Communicatie- en Informatiecentra, red.) en alarmcentrales op, verhoogt/versnelt de interactie hierdoor én er kan heel wat extra nuttige informatie worden meegestuurd voor de interventiediensten.”
Actuelere wetgeving
Daarnaast pleiten beiden ook voor een dringende vernieuwing van het wettelijk kader. Amadine: “Door nieuwe technologieën in te zetten, zouden we de talrijke huidige wettelijke verificatiemethoden niet alleen kunnen vereenvoudigen, maar vooral ook aanzienlijk efficiënter maken. Tegelijkertijd zou de herinvoering van de fiscale aftrek voor gemonitorde alarmsystemen een krachtig instrument kunnen zijn om meer alarmsystemen te laten aansluiten op alarmcentrales om zo ook het aantal valse alarmen verder te verminderen.”
Pieter gaat verder: “Idealiter zouden ook bijvoorbeeld brandalarmen onder de regelgeving vallen. De verplichte aansluiting van brandalarmen op alarmcentrales zou ook hier het aantal valse alarmen drastisch doen dalen. Valse brandalarmen brengen heel wat kosten met zich mee voor de maatschappij. Nog gevaarlijker is dat middelen, manschappen en materiaal worden uitgestuurd naar valse alarmen, waardoor de beschikbaarheid voor effectieve alarmen onder druk kan komen te staan.”
Vanscheewijck en Debersaques beklemtonen ook de positieve rol die de overheid in het verleden al speelde. “De wetgeving heeft al tot een grondige marktsanering geleid, waardoor België zich tot een voorloper in de professionalisering van de sector heeft geprofileerd. De aanscherping en optimalisering van die wetgeving, rekening houdend met de geavanceerde technologieën die beschikbaar zijn, zou ons een grote stap vooruit helpen.”


