Herziening EN50131-1 voor alarmsystemen belangrijk voor Europa
Herziening EN50131-1 voor alarmsystemen belangrijk voor Europa
De CENELEC TC79 commissie buigt zich momenteel over een herziening van de EN50131-1. In dit artikel leest u waarom deze norm belangrijk is voor Europa en wat de gevolgen zijn van de herziening voor de Europese gebruikers?
De Europese norm voor inbraak- en overvalbeveiligingssystemen heeft impact op zo wat de complete beveiligingssector, van de burger tot de meldkamer tot de verzekeringsmaatschappijen. De norm EN50131-1 werd voor het eerst gepubliceerd in 1997 en kende sindsdien een paar grondige wijzigingen. In de snel evoluerende beveiligingsmarkt is quasi elke herziening -met enige zin voor overdrijving-al gedateerd vanaf het moment ze gepubliceerd wordt. Voor de commissie is het daarom zaak de vinger aan de pols te houden en voortdurend de standaard af te toetsen aan de realiteit.
Nieuwe technologie = nieuwe uitdagingen
De eisen voor het ontwerp van inbraak- of overvalalarmsysteem zijn vastgelegd in de Europese norm EN 50131-1. Het aantal gebouwen dat met een dergelijk systeem is uitgerust neemt elk jaar toe. Tegelijkertijd evolueren deze installaties en hun periferie in razendsnel tempo. Enkel voorbeelden:
- •De digitalisering nam een hoge vlucht, zowel in ons privéleven als in de bedrijfswereld;
- Alles werd slim: slimme huizen en slimme gebouwen werden onderdeel van een geconnecteerd wereld waarin in theorie elk apparaat met een ander kan communiceren;
- Toegang op afstand en andere diensten op afstand zijn vandaag ingeburgerd;
- Cloudgebaseerde systemen kenden na een periode van scepsis hun complete doorbraak;
- De interactie met automatiseringssystemen die inspelen op alarmsignalen.
Stel u gewoon even voor hoe deze 5 evoluties er uit zagen pakweg 10 jaar geleden, en u begrijpt dat een verouderde normering zijn doel voorbijschiet. Uiteindelijk heeft de norm 1 hoofddoel: een veilige plaats bieden om te wonen, te werken en te reizen door onze woningen, bedrijven en middelen te beschermen tegen inbraak en beroving. Maar wat als nieuwe evoluties ervoor zorgen dat producten steeds meer moeite hebben om te voldoen aan de gedateerde vereisten?
Praktische werking
Om de noodzaak van wijziging aan te tonen volstaat het de huidige situatie even te analyseren. Sinds de invoering in 1997 is in de norm het verschil in eisen voor lage, gemiddelde en hoge risico’s vastgelegd. Deze differentiatie moet ervoor zorgen dat er een evenwicht is tussen maatregelen en risico’s. In de afgelopen decennia zijn meer onderdelen toegevoegd en bijgewerkt om de normen in overeenstemming te houden met de beschikbare technologie. Om een correcte installatie van een beveiligingssysteem te garanderen werden specifieke toepassingsrichtlijnen opgesteld en in de meeste landen moeten professionele beveiligingsinstallateurs aantonen dat zij de kennis hebben om de risico’s te classificeren, het juiste product te kiezen en het systeem op de juiste manier te installeren. Deze technische en plaatsingsvereisten gaven het beveiligingssysteem de gewenste betrouwbaarheid bieden aan eindgebruikers, verzekeringsmaatschappijen en veiligheidsdiensten.
Naleving belangrijk
Om te bewijzen dat de beveiligingssystemen en componenten voldoen aan de Europese normen, worden de producten getest door onafhankelijke geaccrediteerde laboratoria. Enkel nadat ze met succes de procedure doorlopen, krijgen de systemen en componenten hun officiële EN-conformiteitscertificaat. In de meeste landen zijn deze certificaten nodig om de conformiteit aan te tonen en het product lokaal aanvaard te krijgen. De bevestigde overeenstemming met de normen en technische specificaties is als het ware een diploma voor de professionele beveiligingsindustrie in Europa en vormt de basis voor het vertrouwen in de producten en diensten van de aanbieder.
Evoluerende technologie
Maar tijden veranderen en de technologie gaat er met hoge snelheid op vooruit. Denk maar aan de enorme gegroeide diversiteit in sensoren en systemen, en de groeiende toegankelijkheid van hoogtechnologische systemen voor niet-professionals. De groei van doe-het-zelf domotica- en IoT-systemen past daar bijvoorbeeld naadloos in. In woningen worden domotica, energiebeheer en inbraak-, veiligheids- en beveiligingsinstallaties gecombineerd tot één geheel. De melding van gebeurtenissen uit deze diverse hoeken gebeurt via IP of GSM aan de eigenaar van het gebouw, wat problemen kan opleveren om gebeurtenissen op tijd door te sturen naar de alarmcentrale. En hier schuilt net een probleem, want veelal voldoen deze producten en diensten helaas niet aan de normen voor inbraak- en overvalsystemen.
Op termijn cyberproblemen
Ondertussen neemt het aantal gebouwen dat op deze manier wordt beveiligd elk jaar toe, terwijl de digitalisering van onze privé- en bedrijfswereld explosief toeneemt. De eerder opgenoemde evoluties zoals toegang op afstand, diensten op afstand, aangesloten apparaten, cloudgebaseerde systemen en interactie met automatiseringssystemen zijn slechts enkele voorbeelden van de mogelijkheden van vandaag. Deze trend naar digitalisering gaat onvermijdelijk gepaard met een risico op cyberaanvallen. Aangesloten apparaten moeten dus absoluut goed beveiligd zijn en beantwoorden aan de geldende normering. Het zijn deze evoluties die een herziening van de EN 50131-1 vereisen.
Belangrijke bijdragen
Daarom heeft federatie Euralarm in 2020 het initiatief genomen om een open rondetafelgesprek te organiseren om haar visie op de toekomst van de veiligheidsnorm te beschrijven. Het resultaat van de rondetafeldiscussie was dat de norm een aantal onderwerpen zou moeten behandelen. De bevindingen werden voorgelegd aan de werkgroep die met deze herziening is belast. Een andere belangrijke bijdrage was het voorstel om de structuur van de herziene norm te enten op de 5 essentiële functies van een inbraak- en overvalalarmsysteem (detectie, besturing en signalering, melding, stroomvoorziening en interactie met andere systemen) waarbij rekening moet gehouden worden met de 4 prestatieaspecten: doeltreffendheid, betrouwbaarheid, robuustheid en veerkracht. Recent nog heeft Euralarm de normalisatiewerkgroep verder gevoed met substantiële voorstellen zoals de grenzen van het systeem aangeven en een stijl voor het schrijven van de inhoud van de nieuwe norm.
Oproep aan belanghebbenden
De geactualiseerde norm moet enerzijds het gebruik van nieuwe technologie bevatten en anderzijds blijven garanderen dat het product, de installatie en de diensten voldoen aan een reeks functionaliteiten en kwaliteiten, en presteren zoals verwacht in geval van een gebeurtenis. Dit zal de gebruikers de beste verzekering geven dat hun systeem werkt zoals zij verwachten en dat het geen gebeurtenissen mist. Euralarm is ook van mening dat de herziening aanzienlijke gevolgen zal hebben voor de andere normen en stelt daarom voor om, indien dit haalbaar is, een stappenplan op te stellen voor de overeenkomstige herziening van deze andere normen. Met name moet worden afgezien van de herziening van de EN 50131-productnormen totdat de inhoud van de herziene EN 50131-1 vaststaat.

