“De willekeur zal zeker verdwijnen”
“De willekeur zal zeker verdwijnen”
Danny Hermans over de positieve evolutie van brandbeveiliging in België
“Op papier is er flink veel, in de praktijk is er zeker nog heel wat werk aan de winkel.” Danny Hermans schenkt meteen klare wijn. Volgens de specialist brandbeveiliging bij Alia Security – de Belgische beroepsvereniging van de elektronische beveiligingsinstallateurs, fabrikanten en distributeurs – kunnen we op die manier het huidige beeld inzake branddetectie in België schetsen. De normering evolueert momenteel behoorlijk mee met de technologie, maar de toepassing ervan op het terrein hinkt vaak nog achterop.
Danny Hermans is coördinator technologie & regelgeving bij Volta, de nationale koepelorganisatie van de sectororganisaties die actief zijn in de wereld van de elektrotechniek. Hij maakt deel uit van TC 72 en de werkgroepen die onder meer voorschriften inzake branddetectie- en brandmeldsystemen opstellen en updaten. “De brand in de Innovation in 1967 heeft België wakker geschud. Toen besefte men pas echt het belang van een goed brandpreventiebeleid. Dat heeft onder meer geleid tot de belangrijke Regel van Goed Vakmanschap (RGV) voor branddetectie. Die regel, in de loop van de tijd aangevuld met enkele addenda, was sinds 1986 dé norm. Intussen is in 2015 een herziening van de norm gepubliceerd en zijn er ook heel wat wetten zoals de basisnormen brand. Daarin staat waaraan voldaan moet worden in nieuwe gebouwen. Passief door constructiemaatregelen te nemen zoals de nodige compartimentering en de keuze van het gepaste materiaal. Actief door de plaatsing van branddetectiesystemen. Sinds 2014 is er ook een koninklijk besluit ‘brandpreventie op arbeidsplaatsen’. Daarnaast zijn er nog wetten en decreten, vaak regionaal, voor specifieke gebouwen zoals onder meer ouderenvoorzieningen en ziekenhuizen.”
“Een mindsetverandering dringt zich op bij de uitbater of het studiebureau. De aversie voor een risicoanalyse moet bij hen verdwijnen.”
Voldoende regelgeving dus. De bestaande regelgeving effectief implementeren in het dagelijkse leven vraagt wat tijd. “Dat is goed en slecht”, legt Danny Hermans uit. “De sector van de branddetectie zal in de toekomst nog flink wat werk hebben om België brandveiliger te maken. Op bepaalde locaties is de brandbeveiliging momenteel wel nog enorm primitief. Om één voorbeeld te noemen: de studentenkamers. Daar hangen vaak in het volledige gebouw alleen individuele detectortjes op batterijen. Het eerste wat studenten doen, is die batterijen verwijderen om ongewenste alarmen te voorkomen. Of als ze leeg zijn, ze niet vervangen omdat ze het geld liever aan iets leukers besteden. Maar goed, we mogen niet te negatief doen, want er is een evolutie in de goede richting. Alleen is het helaas zo dat branddetectiesystemen volgens de norm vaak pas worden geplaatst als ze door de wetgeving worden opgelegd of na een ernstig incident.”
NBN S 21-100 plus addenda
De Belgische normering inzake branddetectie steunde tot enkele jaren geleden op de norm NBN S 21-100 uit 1986. Een volledige herziening van die norm is door het Technisch Comité 72 (TC 72) in 2015 gepubliceerd en een eerste addendum zal in het najaar van 2018 worden gehomologeerd. Dat om de technologische evolutie te blijven bijbenen, maar ook om de volledige levenscyclus van een branddetectiesysteem van ‘behoeftebepaling’ tot ‘periodieke controle van de conformiteit’ in de norm op te nemen.
“De lokale brandweer beslist mee wat er op papier komt en wat er uitgewerkt wordt”, stipt Danny Hermans een belangrijke partner aan. “Een flinke stap vooruit is alvast de samenvoeging van plaatselijke brandweerkorpsen tot brandweerzones. Dankzij die grotere entiteiten beschikt elke zone over uitermate competente mensen inzake regelgeving. De brandweer heeft nu door de doorgevoerde professionalisering de nodige kennis in huis van wat er effectief moet komen in gebouwen om een gunstig advies voor een exploitatievergunning te geven.”
“Eerst moet de brandweer sowieso de wetgeving volgen en vervolgens in de mate van het mogelijke de Regel van Goed Vakmanschap toepassen. Soms zijn er situaties die niet zijn afgedekt door de wet of de norm. En in die specifieke situaties zal de brandweerzone iets specifieks of afwijkends vragen, dat aanvullend is op de bestaande wet of norm. Sommige zones gaan nu eenmaal verder inzake detaillering dan andere. Het is de taak van FOD Binnenlandse Zaken te waken over de correcte benadering. Daardoor is er almaar meer uniformisering. Eén ding is zeker: de willekeur van vroeger zal zeker verdwijnen.”
Risicoanalyse, maar dan wel degelijk onderbouwd
De herziening van 2015 heeft de norm een andere insteek gegeven. De eerste versie ging uit van het principe van totale bewaking waarbij naadloos beschreven stond hoe men alles moest doen, een prescriptieve benadering. De update van 2015 stapte daarvan af. Het prescriptieve concept maakte plaats voor een meer performance based model en de risicoanalyse als vertrekpunt. “De toevoeging van een behoeftebepaling, een risicoanalyse en een checklist zijn toegevoegd als eerste stap in het proces. Helaas steekt de uitbater, zijn vertegenwoordiger of het studiebureau daar in de praktijk vaak geen tijd in. We merken dat zij vaak naar de installateur stappen met een lastenboek waarin alleen staat ‘installatie branddetectie overeenkomstig NBN S 21-100’. De installateur kan dan terugvallen op het totale bewakingsniveau. Of hij moet samen met de uitbater of vertegenwoordiger een behoeftebepaling en risicoanalyse maken. Voor dat laatste is echter meestal niets voorzien in de meetstaat terwijl deze stap heel wat tijd en bijgevolg veel geld kost.”
“Een mindsetverandering dringt zich dan ook op bij de uitbater of het studiebureau. De aversie voor een risicoanalyse moet bij hen verdwijnen. Velen hebben schrik van risicoanalyse als bewijsmateriaal. Meer concreet om deze reden: mocht er iets fout lopen de verzekering dat document kan gebruiken om hen aansprakelijk te stellen voor de opgelopen schade. Een tweede reden is: men heeft niet altijd de geschikte mensen in huis om zo’n risicoanalyse op te maken. Hoe dan ook, er is verbetering mogelijk als de filosofie en cultuur voor risicoanalyse voldoende goed is doorgedrongen bij de uitbater en het studiebureau. Want vergeet niet, slechts met een grondige en gefundeerde risicoanalyse bewaak je iets op de correcte manier. Voor de installateur is het zeer belangrijk dat hij zijn gedetailleerde studie en vervolgens de installatie kan uitvoeren vertrekkend van een ‘goede’ risicoanalyse.”
“De sector van de branddetectie zal in de toekomst nog flink wat werk hebben om België brandveiliger te maken.”
“Belangrijk voor de installateur en andere partijen in het proces die zich erop moeten op baseren bij de uitvoering van hun taken, is dat deze risicoanalyse voldoende objectief en met een degelijke onderbouwing is uitgevoerd waardoor een eenvoudige, juiste en eenduidige beoordeling mogelijk is. Performance based en de onderbouwing van de systeemkeuze met een risicoanalyse mogen in geen enkel geval een vrijgeleide zijn om te komen tot een branddetectiesysteem met een lage kostprijs dat niet voldoende bijdraagt tot een vereiste brandveiligheid van het gebouw. Deze begrippen moeten dan ook met de nodige omzichtigheid aangewend worden bij toepassing van de huidige norm alsook bij verdere aanpassingen ervan. Zo niet, dan zullen er in het totale uitvoeringsproces nieuwe problemen opduiken in de toekomst die de kwaliteit van de branddetectiesystemen niet ten goede komen.”
De 2015-update van de norm voorziet nog meer. De vermelding van nieuwe technologieën (hoe en waar moeten we ze gebruiken?). Het gebruik van de lineaire optische detector of beamdetector. Het aanzuigsysteem of de meerpuntsdetector naast de klassieke puntdetector.
Stappenplan installatie
De norm ‘NBN S 21-100 deel 1’ is een technisch voorschrift dat de volledige levenscyclus van een branddetectie-installatie beschrijft. Ze geeft de technische inhoud van de verschillende opeenvolgende stappen weer: de opmaak van de risicoanalyse; de detailstudie; de plaatsing van de installatie; de ingebruikname en verificatie; de oplevering; de noodzakelijke controles; en het omspringen met wijzigingen. “Na elke stap stipuleert de norm welke documenten er beschikbaar moeten zijn voor de volgende stap in de levenscyclus.”
“Omdat de technologie blijft evolueren is de werkgroep New Work Item nog altijd actief. Zij schenkt aandacht aan een aantal in de praktijk terugkerende problemen.”
Tweedelige norm
De norm bestaat uit twee delen. Een technisch deel dat beschrijft hoe iemand een branddetectie technisch ter plaatse moet maken volgens de Regel van Goed Vakmanschap. En een administratief deel dat duidt wie wat mag doen in het technische deel. “De opdrachtgever heeft de keuze: ofwel deel één alleen, ofwel beide delen opleggen in zijn lastenboek. De risicoanalyse en behoeftebepaling gebeuren door de opdrachtgever, de uitbater of zijn vertegenwoordiger. De gedetailleerde studie, de plaatsing en inbedrijfstelling door een gespecialiseerde onderneming, zijnde een onderneming gecertificeerd voor branddetectie volgens een open certificatieschema, de controle door een geaccrediteerde controleorganisatie, enz.”
Twee werkgroepen
De toepassing in the field van de versie 2015 heeft een aantal praktische problemen gegeven en die zijn teruggekoppeld naar TC 72. Daarnaast zijn niet alle technologieën opgenomen in de norm en komen er ook steeds nieuwe bij. Ook ontbreekt een eenduidige beschrijving van een branddetectiesysteem in sommige specifieke lokalen in de versie 2015. Om die problemen en tekortkomingen op te lossen richtte TC 72 twee werkgroepen op. New Work Item kreeg als taak zich te focussen op het continu updaten van de norm. De werkgroep Bekabeling moest zich ontfermen over de duidelijke uitwerking van het gebruik van de juiste bekabeling, met functiebehoud of niet.
“De werkgroep Bekabeling heeft intussen zijn werk afgerond. Waar moet ik in mijn installatie functiebehoud van mijn bekabeling hebben en waar niet? Het antwoord op die vraag heeft ze zo concreet mogelijk beantwoord. Het is een belangrijk gegeven, want functiebehoud kost een pak geld. Dat eenvoudig realiseren met een simpel F3-kabeltje zoals vroeger, dat is verleden tijd. Niet alleen de kabel moet immers operationeel blijven, ook de bevestiging van de kabel moet bij een uitwendige brand gedurende een bepaalde tijd op zijn plaats blijven zitten. Bij de keuze van de kabelsectie moet men rekening houden met een verhoogde spanningsval door een verhoogde kabeltemperatuur. Circuits in lusvorm waarbij de heen- en terugweg in verschillende compartimenten ondergebracht zijn en het gebruik van de nodige kortsluitisolatoren bieden zeker mogelijke voordelen inzake de eis voor functiebehoud van de bekabeling. Het resultaat van het werk van de werkgroep Bekabeling is vervat in een document van het GTO, het Gemeenschappelijk Technisch Orgaan, een vereniging van erkende organismen. Dit document met daarin een duidelijke beslissingsboom is gepubliceerd in zoveel mogelijk technische vakbladen. GTO-leden maakten ook deel uit van de werkgroep Bekabeling.”
“Omdat de technologie blijft evolueren is de werkgroep New Work Item nog altijd actief. Zij schenkt aandacht aan een aantal in de praktijk terugkerende problemen. Nu is onder meer dit in detail uitgewerkt: de afstanden en hoogtes bij gebruik van beamdetectie en aanzuigsystemen; de plaatsing van detectie-installaties met verhoogde vloeren en verlaagde plafonds, en in technische schachten; en de draadloze detectiesystemen. Dat alles is verwerkt in het addendum van 2017.”
New Work Item blijft actief
En dat addendum heeft intussen al de voorgeschreven procedure gevolgd. “In het najaar van 2017 is daarover een publieke enquête gehouden. De commentaren na die enquête zijn verwerkt binnen TC 72. Nu ligt de vraag bij het NBN om dat addendum zo snel mogelijk te laten homologeren door de koning zodat het snel van kracht wordt.”
De leden van New Work Item blijven maandelijks samenkomen. “Onlangs hebben ze een dossier over detectie in liftschachten en evacuatieliften volledig afgerond”, somt Danny Hermans enkele werkpunten op. “Opmerkingen over belangrijke en minder belangrijke punten uit de versie 2015 pikken ze op en behandelen ze. Nu wijden ze zich aan de lineaire thermische detectie.”
“Het is de bedoeling om regelmatig een addendum hetzij misschien een volledige herintegratie van de tekst en de nieuwe norm op te maken. Want op den duur heb je de basisnorm met een resem addenda waardoor het geheel onoverzichtelijk wordt. De bestaande norm met aanvullingen telkens opnieuw in een enquête gooien heeft tot gevolg dat men kan terugkomen op zaken van vroeger. Dan krijgen we misschien steeds weerkerende opmerkingen. Dit zal zeker leiden tot een verdere verfijning van de volledige norm. Maar of iedereen daar gelukkig zal mee zijn, is een ander verhaal.”
Door Gianni D’Angelo



